Betrouwbaarheid
Rijcurvesimulaties worden in de meeste gevallen uitgevoerd om de kwaliteit van een ontwerp te toetsen. Deze kwaliteit gaat verder dan het "kunnen halen van de bocht". Bij een goed ontwerp kunnen voertuigen rijden:
zonder schade te veroorzaken
met voldoende snelheid zodat de doorstroming optimaal blijft
met comfort voor chauffeur en eventuele passagiers

CURSIM heeft speciale voorzieningen om te zorgen dat de rijcurvesimulaties betrouwbaar zijn. Dit is van groot belang omdat zelfs kleine aanpassingen in het ontwerp naderhand kostbaar zijn en bovendien vaak negatieve publiciteit tot gevolg hebben. Praktijkproeven in 1986, 1991, 1996, 1998 en 2002 hebben de betrouwbaarheid van CURSIM bewezen.

Voertuigen
Een betrouwbare simulatie begint met een realistisch voertuig. De keuze van het voertuig hangt af van de verkeerskundige situatie: industrieterrein, busstation, binnenstad, woonwijk, doorgaande weg, etc. CURSIM wordt geleverd met een ruime bibliotheek voertuigen waarmee vrijwel iedere situatie kan worden onderzocht, bovendien kan eenvoudig (en gratis) een beroep worden gedaan op de helpdesk om gegevens van bijzondere voertuigen te bepalen als dat nodig is.

Meesturende achteras
CURSIM houdt rekening met speciale kenmerken van voertuigen die grote invloed hebben op de rijeigenschappen zoals meesturende achterassen. Deze worden volwaardig gesimuleerd en niet via een "truc" benaderd. Klik hier om de verschillen te zien voor een eenvoudige bocht van een trekker-oplegger combinatie, waarbij de trekker steeds dezelfde manoeuvre gemaakt maar de oplegger de achteras op verschillende manieren heeft.

De verschillen zijn als volgt:
achteras oplegger uitzwaai aan begin bocht

bochtverbreding

star
"truc"
meesturend

heel weinig
heel veel
veel

heel veel
heel weinig
weinig

In de simulatie is het om te beginnen belangrijk de verminderde bochtverbreding mee te nemen. Maar de uitzwaai van de achterzijde aan het begin van de bocht is ook een belangrijk punt: om deze reden hebben gelede bussen meestal een afgeschuinde achterkant en hebben vrachtwagens met deze voorziening vaak waarschuwingsborden.

Dwarsversnelling
Een tweede voertuigaspect waarmee CURSIM rekening houdt is de toegestane dwarsversnelling. Als deze te hoog is neemt het comfort af (sterk overhellen van het voertuig). Bij bussen moet hier zeker rekening mee worden gehouden omdat passagiers anders grote moeite zullen hebben te kunnen blijven staan of op hun plaats te blijven zitten. Reeds bij 10 km/h kan een toelaatbare dwarsversnelling worden overschreden, zoals blijkt uit onderstaande rijcurven voor een autobus:

dwarsversnelling 3 m/s² dwarsversnelling 1 m/s²
In CURSIM kan worden gekozen welke actie moet worden ondernomen indien de dwarsversnelling wordt overschreden: snelheid verlagen of bochtstraal vergroten. In bovenstaande afbeeldingen is gekozen voor de optie bochtstraal vergroten.


Realistisch stuurgedrag - clothoïde
In CURSIM wordt een realistisch stuurgedrag gesimuleerd: al rijdende wordt het stuur verdraaid. Hierdoor is het voertuig niet van het ene moment op het andere in een bepaalde boogstraal maar is er een overgang volgens een clothoïde. De relatie tussen snelheid waarmee het stuur wordt verdraaid in verhouding tot de rijsnelheid is erg belangrijk.

Praktijkproeven hebben aangetoond dat zelfs bij snelheden beneden 10 km/h het verschil enkele meters kan zijn. CURSIM biedt standaard dit realistisch stuurgedrag maar uitzonderingen voor speciale omstandigheden zijn echter mogelijk, zoals bijvoorbeeld het stuur verdaaien bij stilstaand voertuig. De afbeeldingen hiernaast tonen hetzelfde voertuig (brandweerwagen) bij verschillende vormen van stuurgedrag.

Hoe sneller het stuur verdraait kan worden in relatie tot de rijsnelheid des te krapper kan worden gemanoeuvreerd. In de praktijk blijkt dit echter vaak niet haalbaar omdat chauffeurs het stuur niet zo snel kunnen verdraaien. Stuur verdraaien bij (bijna) stilstaand voertuig is bovendien zeer af te raden: niet alleen is het oncomfortabel voor de chauffeur en eventuele passagiers, en leidt het tot een grote belasting voor de stuurinrichting van het voertuig, maar bovendien is de belasting voor het wegdek erg groot met gevolg voor extreme slijtage.

stilstaand voertuig
normaal stuurgedrag
langzaam stuurgedrag

Realistisch stuurgedrag - te volgen lijn
In CURSIM kan worden gekozen uit 3 manieren waarop een bocht wordt verlaten. Niet altijd kan een zo krap mogelijke bocht worden gemaakt: vaak moet bij het verlaten van een bocht aan de voorkant van het voertuig rekening worden gehouden met een stoeprand of tegemoetkomend verkeer. Deze laatste optie is eigenlijk standaard na een rechtsaf-beweging: automatisch zoekt de chauffeur de as van de weg of belijning van de rijstrook op en stuurt zijn wagen daaraan parallel. Bij dit stuurgedrag wordt eerst het stuur snel teruggedraaid (het stuur laat men vaak door de handen glijden) en dan steeds langzamer. De manier waarop de chauffeur rekening houdt met een stoep of tegemoetkomend verkeer aan de voorzijde, heeft natuurlijk gevolgen voor de ruimte aan de binnenkant van de bocht. Klik hier voor een vergelijking van de extra uitstuurroutines die CURSIM biedt.

Bij het krappe stuurgedrag is de bocht weliswaar eerder voltooid, maar het voertuig heeft aan de buitenkant aanzienlijke ruimte nodig. Bij voorwielen langs rechte lijn veegt de bovenbouw nog wel over het denkbeeldige trottoir (of middenberm of geleider). Bij bovenbouw langs rechte lijn is er geen extra ruimte aan de buitenzijde nodig aan het einde van de bocht.

De ruimte die aan de buitenzijde wordt bespaard is echter extra nodig aan de binnenzijde.
Als aan de buitenzijde ruimte moet worden bespaard moet hier aan de binnenzijde van de bocht rekening mee worden gehouden!